CV de Schnapsnaze
Carnavalsvereniging Vijlen sinds 1955
Home
Club van 50
Foto's
Contact
Vereniging
Historie
Carnaval
Prinsen
Raad van elf
Danspaar en dansmarieches
Optocht regelement
Carnaval

Bron: WIKIPEDIA

Inhoud

   

Oorsprong

Van oudsher was carnaval een eetfestijn, omdat het de laatste mogelijkheid was zich te buiten te gaan voor de 40 dagen vasten, waarin men zich beperkte tot het minimaal noodzakelijke. Op vette dinsdag (voor de vasten) werd al het vet wat er in huis was opgemaakt omdat het anders zou bederven. De vasten is ter herdenking van de 40 dagen die Jezus volgens het Nieuwe Testament in de woestijn vastte en tevens ook tot bezinning op de christelijke kernwaarden.

Waarschijnlijk bestond het feest al langer dan de christelijke traditie, en heeft de kerk het gemakkelijker gevonden het heidense Carnaval in een katholieke traditie om te zetten dan het uit te bannen. Dit was overigens ook met andere voorchristelijke feesten gebeurd zoals Kerstmis dat oorspronkelijk een 'heidens' midwinterfeest was.

In die betekenis wordt de term afgeleid van het Latijn: carne vale (= vaarwel aan het vlees). Een andere mogelijke verklaring voor de term is het eveneens Latijnse carrus navalis: scheepswagen, hetgeen zou verwijzen naar rondtrekkende groepen in een als een schip ogende wagen of kar, het zogenaamde narrenschip, maar ook kan slaan op het schip waarmee de god van de zee der Kelten/Germanen uit het noorden kwam om deel te nemen aan de winterfeesten.

De Romeinen vierden het feest van de saturnaliën dat veel kenmerken van het hedendaagse Carnaval had zoals drink en eetgelagen, een soort prins Carnaval, vermommingen en optochten door de straten.

Het 'heidense' Carnaval werd in heel Europa gevierd. Bijvoorbeeld in Rusland is dit feest bekend onder de naam maslenitsa (vrij vertaald: boterfeest). Antropologisch gezien is het carnaval een omkeringsritueel, waarin maatschappelijke rollen worden omgedraaid en normen over gewenst gedrag worden opgeschort.

Carnaval wordt ook vastenavond genoemd, al is dit eigenlijk de dinsdagavond van carnaval. Het Limburgse woord voor carnaval is "vastelaovend(j)".

 

 

Carnaval in Nederland

Officieel duurt carnaval van zondag tot en met dinsdag. In de huidige praktijk lijkt het dat carnaval soms al eerder begint, soms zelfs al op donderdag. Soms lijkt ook Aswoensdag nog een carnavalsdag te zijn. Er is echter ook sprake van een carnavalsseizoen, dat op 11 november (de elfde van de elfde) om 11:11 uur begint. In Nederland wordt deze start van het seizoen in iedere Carnavalvierende stad of dorp met een zekere ceremonie gevierd. In Maastricht vindt op die dag een grote manifestatie plaats die in 2006 zo'n 30.000 bezoekers trok. Het getal 11 is van oudsher het getal van de dwazen en narren, en duikt veel op in het Rijnlandse en Limburgse carnaval.

Ook al wordt de vastenperiode lang niet meer zo streng gevierd als vroeger, het Carnavalsfeest blijft het feest waarbij mensen zich vermommen door vreemde kledij aan te trekken, en zo onherkenbaar een alibi hebben om zich in allerlei vormen te buiten te gaan. In de Middeleeuwen vielen daarbij nogal eens doden en gewonden, maar tegenwoordig is het masker bedoeld om iemand anders een spiegel voor te houden dan wel (met verdraaide stem) iemand stevig en ongezouten de waarheid te zeggen.

 

Ten zuiden van de grote rivieren

Het katholieke Carnavalsfeest wordt in Nederland vooral ten zuiden van de grote rivieren (Waal en Rijn) gevierd. In Noord-Brabant, Limburg en Zeeuws-Vlaanderen viert men het Rijnlandse Carnaval, hoewel in 's-Hertogenbosch, Steenbergen, Breda, Tilburg, Oosterhout, Soerendonk, Roosendaal, Prinsenbeek, Heerlen, Oirschot en Bergen op Zoom het Bourgondisch Carnaval wordt gevierd.

De oudste dorpscarnavalsvereniging van Zuid-Limburg is gevestigd te Beek (Limburg) en noemt zichzelf "De Baeker Pottentoate". Deze vereniging bestaat sinds 1886. Ook buiten Limburg en Brabant bestaat de traditie van Carnavalsmuziek in dialect, bijvoorbeeld in Nijmegen (Knotsenburg), Groesbeek (Keulen van Gelderland), Huissen en Angeren (Keujesgat).

De oudste carnavalsvereniging van Nederland is Vasteloavesvereniging Jocus uit Venlo, opgericht in 1842. De vereniging bestaat in 2008 precies 15x11 jaar.

 

Maastricht

Één van de grootste carnavalsvieringen in Nederlands Limburg vindt plaats in Maastricht. Daar werd in 1839 de sociëteit Momus opgericht. Deze sociëteit heeft het spontane volksfeest een iets meer georganiseerd karakter gegeven door naar Rijnlands voorbeeld zittingen en optochten te houden. Momus ging in 1939 ter ziele, maar na de Tweede Wereldoorlog werd rol van Momus overgenomen door de Carnavalsvereniging 'De Tempeleers'. In de Maastrichtse Carnaval wordt veel aandacht besteed aan de kostuums ('pekskes') en aan het schminken van het gezicht. Een groot deel van het feest speelt zich daar ook in de buitenlucht af; het zogenaamde Straatcarnaval ('straotcarneval').

Een verhaal apart is de traditie van de Maastrichtse Carnavalsmuziek. Werd er voor de Tweede Wereldoorlog nog gebruik gemaakt van 'Hollandse' garnizoensliederen om het feest cachet te geven, na de oorlog is op instigatie van de Momus en de Tempeleers het gebruik geïntroduceerd om voor de gelegenheid eigen liederen te schrijven, de "vastelaovendsleedsjes". Op een concours wordt ieder jaar een liedje van het jaar verkozen. Zo is er in de loop der decennia een repertoire van honderden liedjes ontstaan. Het eerste, in 1946, heette heel toepasselijk "Carnaval in Mestreech". Op straat werden deze liedjes die in marstempo worden gespeeld, aanvankelijk begeleid door accordeon en trompet. Vanaf de jaren zestig raakten de "Zaate Hermeniekes", ("Zatte Harmonieën") in zwang.

Gaandeweg werd het scala aan musicale stijlen ook uitgebreider. Op een willekeurige canavalsavond is een hybride mix van onder andere cancan, samba, operette, wals, hiphop, house, pop, Afrikaanse percussie te horen. Een goed beeld van de Maastrichte Carnavalsmuziek geven de compilatie cd "de Boonte Störm" en de filmdocumentaire "'t Sjoenste Leedsje".

 

Venlo

In Venlo heerst carnavalsvereniging Jocus. Er wordt al jaren op zaterdag (officieel 1 dag voor het carnaval) het carnaval ingeluid met een heuse buitenzitting, de zogenaamde Boétegewoéne Boétezitting. Op deze dag trekken mensen uit de wijde omgeving naar Venlo om in de gehele binnenstad carnaval te vieren. In Venlo wordt sinds enkele jaren een Groot Venloosche Nar uitgeroepen. Deze "Carnavaleske hoogheid" wordt jaarlijks uitgeroepen door De 3-kes (Limburgs: Dreej-kus) op hun De 3-kes Narrebal. De Nar legt bezoeken af in de hele gemeente Venlo en trekt mee in één van de optochten die de gemeente rijk is. Het initiatief wordt breed gedragen en de doelgroep zijn jonge volwassenen, 20-35 jaar.

 

Ten noorden van de grote rivieren

Ook in sommige plaatsen boven de grote rivieren wordt carnaval gevierd. Vooral in de katholieke delen van Twente en Salland, zoals in Ootmarsum, Oldenzaal ("Boeskoolstad"), Albergen, Raalte en Zwolle en in de katholieke enclaves in de overwegend hervormde Achterhoek, zoals 's-Heerenberg en Groenlo ("Grolle") wordt carnaval groot gevierd. Andere bekende carnavalsplaatsen boven de rivieren zijn bijvoorbeeld Arnhem, IJsselstein, Montfoort, Oudewater, Gorinchem, ("Bliekenstad"), Hoogland, Ter Apel en Kloosterburen.

De Grote Twentse Carnavalsoptocht in Oldenzaal staat bekend als de grootste optocht van boven de rivieren. Rond de 150.000 mensen komen elk jaar naar Oldenzaal om naar deze optocht te kijken. Ook zeer bekend is de Twentse verlichte carnavalsoptocht te Tubbergen. Een specifiek Twentse gebeurtenis tijdens carnaval is het zogenaamde bokverbranden op dinsdag, waarmee de carnavalsfestiviteiten worden afgesloten.

Maar ook in de Randstad wordt tegenwoordig enthousiast Carnaval gevierd en dan vooral in de Bollenstreek. Dat werd in de jaren zestig en zeventig geïntroduceerd door voornamelijk Limburgse en Brabantse paters die werkten in Noordwijkerhout bij de "Sancta" (een tehuis voor geestelijk en lichamelijk gehandicapten) en in Voorhout bij de BNS (een katholieke middelbare school waar zij lesgaven). Voorhout verandert met carnaval in "Bokkendorp" en Noordwijkerhout in "Kokkerhout". Ook in de omliggende dorpen zoals in Noordwijk, Warmond, Lisse, de Zilk en Sassenheim wordt carnaval gevierd, zij het veel kleiner.

In de regio West-Friesland wordt ook redelijk veel carnaval gevierd, vooral in het dorp Zwaag, waar elk jaar rond de 50.000 mensen naar de carnavalsoptocht komen kijken. Ook in andere dorpen in West-Friesland wordt carnaval gevierd. Veel dorpen en steden in de regio hebben een eigen carnavalsvereniging.

In Amsterdam en omstreken wordt geen tot weinig carnaval gevierd. Daarom trekken de overgebleven Amsterdamse carnavalsverenigingen tijdens de carnavalsviering, meestal op uitnodiging van een (inter)nationale carnavalsvereniging naar het zuiden.

 

Tradities en gebruiken

Carnavalsverenigingen hebben dikwijls hun eigen persorganen. Dat van de Sittardse Marotte heet de Papegey. Hier op een wagen in de optocht van 2008
 
 
Carnavalsverenigingen hebben dikwijls hun eigen persorganen. Dat van de Sittardse Marotte heet de Papegey. Hier op een wagen in de optocht van 2008

 

11 november

Op 11 november wordt het begin van het carnavalsseizoen gevierd met een gezellig evenement.

In Limburg worden om 11 uur 11 de eerste vergaderingen van de Raden van Elf gehouden, ter voorbereiding op de komende carnaval. In Brabant, waar Raden van Elf een meestal slechts in Oost-Brabant voorkomen (o.a. in Helmond, ook wel Keiebijtersstad), worden op 11 november de nieuwe carnavalsmotto's bekend gemaakt.

 

Carnavalsverenigingen

Veel steden en dorpen beschikken over meerdere carnavalsverenigingen. Venlo kent de oudste nog bestaande Carnavalsvereniging van Nederland, de Jocus, die in 1842 werd opgericht.

Vaak worden steden en dorpen tijdens carnaval overgedragen (met een sleuteloverdracht) aan het gezag van Prins Carnaval, in Limburg vaak bijgestaan door de Raad van Elf. In Oeteldonk ('s-Hertogenbosch) heet Prins Carnaval bijvoorbeeld Prins Amadeiro.

Ook allerlei organisaties hebben carnavalsverenigingen. Zo heeft de luchtmacht een vereniging die De Peelknijnen heet.

 

Prins en gevolg

Een herkenbaar fenomeen tijdens het carnaval is de aanwezigheid van de prins en zijn gevolg. De opmaak van dit gevolg verschilt per regio, de Prins en nar zijn echter vrijwel universeel inbegrepen.

In Brabant is er altijd één prins per stad/dorp. In Limburg hoort een prins doorgaans bij een carnavalsvereniging, waarvan er in de steden vaak meerdere bestaan. In die gevallen kan het voorkomen dat er meerdere prinsen in die stad worden gekozen. In sommige plaatsen leveren de locale carnavalsverenigingen om de beurt de "Stadsprins" aan. In een aantal plaatsen levert de oudste carnavalsvereniging (en meestal ook tevens de grootste) de Prins Carnaval.

In Noord-Brabant heeft de prins vaak uitsluitend 'de macht' over zijn eigen stad of dorp. Zo heeft bijvoorbeeld Prins Amadeiro uitsluitend de macht over 's-Hertogenbosch en niet over het aangrenzende dorpen zoals Empel, Rosmalen en Engelen, die ieder hun eigen carnaval hebben. Een uitzondering vormt de Prins van Strienestad, die naast Steenbergen ook drie dorpen onder zijn hoede heeft.

In veel plaatsen wordt de carnavalsvereniging gevormd door een Raad van 11. Die een parodie is van het dagelijks bestuur (gemeenteraad of stadsbestuur). Tegenwoordig zijn veel Raden van 11 zodanig professioneel en serieus dat ook zij weer geparodieerd worden. In Limburg is het gebruikelijk dat naast de raad van 11, de Stadsprins ook wordt begeleid door de "Oud Prinsen" (de voormalige stadsprinsen). In oostenlijk Zuid-Limburg, bijvoorbeeld in Kerkrade, wordt de Stadsprins begeleid door een "Prinselijke Garde": van oorsprong een Duitse traditie die een parodie op het voormalige Pruisische leger is.

 

Carnavalsoptochten

In veel plaatsen worden grote carnavalsoptochten gehouden met praalwagens, georganiseerd en gemaakt door de Carnavalsverenigingen, soms met een bepaald thema. In grotere plaatsen vindt een wedstrijd plaats wie de mooiste carnavalswagen maakt. De mooiste wagens worden soms ontworpen door professionele beeldhouwers en er wordt door teams van vrijwilligers gedurende lange tijd aan gewerkt. In Limburg behoort een van de laatste wagens meestal tot de Raad van Elf; deze wordt gevolgd door de Prinsenwagen, waarop vaak ook dansmariekes te bewonderen zijn. Echter dit verschilt per stad. Er zijn ook verlichte carnavals optochten te zien. Deze worden 's avonds in het donker gehouden.

   

Carnavalsmuziek

De meeste grotere steden hebben tijdens ieder carnaval ieder jaar een eigen lied. Vrijwel altijd in het plaatselijke dialect geschreven, en vaak met veel lokale verwijzingen.

Bij bourgondische carnavals is het gebruikelijk dat dweilorkesten tijdens het feest voor het grootste deel van de muziek (in de cafés/zalen) zorgen. In Limburg zijn de kapellen (Zate Hermenie of Joekskapel) meer beperkt tot de optochten.

Een carnavalskraker is een lied speciaal voor de carnavalperiode gemaakt of wat tijdens Carnaval zeer populair wordt. Deze liederen zijn vaak meer algemeen, en niet plaatsgebonden.

 

Betogen in dialect

Een ander carnavalsfenomeen is de tonpraoter (Brabant) of buutteredner (Limburg) die een cabaretesk betoog in dialect houdt, waarin allerlei actuele zaken de revue passeren. Vaak worden daarbij lokale situaties en bekendheden uit de lokale politiek op de korrel genomen.

 

Dialectdictees

In de grotere (vaak Brabantse) carnavalvierende steden worden dikwijls zogenaamde dictees georganiseerd. De tekst heeft vrijwel altijd betrekking op de geschiedenis van de stad en/of op de lokale politiek. Het doel hierbij is om het dialect zo mooi en duidelijk mogelijk op te schrijven.

 

Carnavalsfeesten

In de plaatselijke horeca-gelegenheden zoals cafés, kroegen en verenigingsgebouwen, vinden carnavalsfeesten plaats, waar het bier dan rijkelijk vloeit en waar de polonaise wordt gedanst en wordt 'gehost' op speciale carnavalsmuziek.

Er worden, soms voor speciale doelgroepen zoals jongeren, dertigplussers, ouderen, heren of dames (zogenaamde 'hiërezitting' of 'vrolluujzitting'), verschillende carnavalsfeesten georganiseerd. Een speciale vorm daarvan is het 'carnavalsbal' of 'zitting' waarbij het publiek aan lange tafels plaatsneemt en kan genieten van speciale optredens, zoals die van buutteredners en dansmariekes, die op een podium vooraan in de zaal plaatsvinden.

 

'Oude Wijven'

In sommige plaatsen (vooral in Limburg) worden in de week vóór carnaval zo genaamde Oude Wijvenavonden gehouden. Tijdens 'Oude Wijven' zijn de kroegen en de straten bevolkt door verklede vrouwen. Mannen die zich op straat en in de cafés naar binnen wagen lopen gevaar vernederd en weggejaagd te worden. In het Rijnland vindt Altweiber plaats op de donderdag voor Carnaval. Tot de ingeburgerde traditie op deze dag behoort het afknippen van de stropdassen (soms ook de schoenveters) die de mannen dragen. Zuid-Limburg kent veel versies van het aw wieverbal.

 

Plaatsnamen in de Carnavalstijd

De meeste Brabantse steden en dorpen hebben tijdens de carnavalstijd een alternatieve naam. Ook elders (Limburg, Twente, Rijnland) worden veel steden en dorpen "omgedoopt" tijdens de Carnavalsdagen. In sommige plaatsen wordt de dialectnaam voor de stad als carnavalsnaam gebruikt.

Enkele voorbeelden zijn:

  • Kielegat: Breda
  • Krabbegat: Bergen op Zoom
  • Kruikenstad: Tilburg
  • Lampegat: Eindhoven
  • Zandhazendurp: Rosmalen
  • Strienestad: Steenbergen
  • Tullepetoanestad: Roosendaal

 

Carnaval in België

In Vlaanderen wordt carnaval bijna overal gevierd en wordt er vaak confetti gebruikt. Carnaval wordt gevierd van zondag tot woensdag, en in sommige steden vindt op woensdag zelfs een 'popverbranding' plaats. Er lopen tijdens carnaval soms wel 70 groepen door de straten. Traditioneel krijgt Prins Carnaval tijdens carnaval de macht over de stad. Als een prins driemaal wordt verkozen, wordt hij in sommige steden keizer. Onder meer in Aalst is er een keizer, namelijk Kamiel Sergant. Deze zit dan soms ook in de Raad van Elf.

De oudste carnavalsstoet van Vlaanderen (sinds 1892) is die van Herenthout in de provincie Antwerpen. De Herenthoutse Carnavalsstoet is gegroeid vanuit het theater en is zich verder blijven profileren als een dynamische stoet van straattoneel en dansen. Dit in tegenstelling tot de eerder passieve voorbijtrekkende optochten met het accent op rijkelijk uitgedoste deelnemers en praalwagens. In 1978 bevestigde minister Rika De Backer van Nederlandse cultuur dat Herenthout de oudste georganiseerde Vastenavondstoet van België heeft tot het tegendeel bewezen wordt. Op zondag 9 maart 1851 trok de eerste carnavalsstoet door de straten van Aalst. Dit wordt echter niet erkend omdat dit geen georganiseerde stoet was. Een georganiseerde stoet was er pas in 1923 te Aalst. In Vlaanderen is Aalst de carnavalstad bij uitstek. Er lopen meer dan 70 groepen mee. In Wallonië is Binche de Carnavalsstad, met zijn historische Gilles en, evenals Aalst, een Carnavalmuseum. Ook Malmedy is bekend voor de Blancs-Moussis.

In Nederlandstalig België viert Limburg het Rijnlandse Carnaval, zoals in Duitsland, maar het grensgebied van Oost-Vlaanderen en Vlaams-Brabant kent een meer anarchistisch straatcarnaval met als grote voorbeeld Aalst. Aan de Aalsterse zondagsstoet nemen meer dan 70 plaatselijke groepen deel, met elk jaar een ander lokaal, nationaal of internationaal thema dat ze hekelen met prachtige praalwagens. Losse groepen haken in op de allerlaatste actualiteit. De dinsdag is er een Voil-Jeanettenstoet: in vrouwenkleren gestoken mannen met kinderkoets, kapotte paraplu en haring in een vogelkooi zijn dan meester van de straat. Elk jaar verschijnen verscheidene CD's met liedjes in het Oilsjters (Aalsters) dialect. Ook in Ninove en Halle wordt Carnaval uitbundig gevierd. In Ninove is het Carnaval exact 1 week na Aalst, hier nemen jaarlijks ongeveer 40 plaatselijke groepen deel, en tijdens de vierdaagse van de Carnaval staat er ook een kermis. De Carnaval loopt door het kermisgebied. Zowel in Aalst als in Ninove is Carnaval een groot spektakel. In het arrondissement wordt ook carnaval gevierd maar dit is gebonden aan iets strengere regels. Zo mag men in de stoeten geen confetti gooien.

In Limburg worden stoeten georganiseerd van zaterdag voor carnaval tot en met Paasmaandag.

 

Carnaval in andere landen

 

In Frankrijk is het carnaval van Nice bekend.

Ook in Zuid-Amerika wordt het carnaval uitbundig gevierd, waarbij vooral het Carnaval in Rio de Janeiro the place to be is, want daar vindt de wereldberoemde carnavalsparade plaats. Het grootste straatcarnaval van de wereld vindt overigens plaats in Salvador da Bahia, een andere grote plaats in Brazilië.

Op Sint Maarten wordt Carnaval om commerciële redenen gevierd in de week van 30 april, Koninginnedag. (Nabij gelegen eilanden vieren wel carnaval voorafgaand aan de vastentijd.

In New Orleans (Louisiana, VS) heet carnaval Mardi Gras, Frans voor "vette dinsdag". Het is een verkleedfeest (paars, groen en goud) en een paradefeest.

Het Carnaval van Venetië werd heropgericht in de jaren tachtig en is ingetogener dan het Carnaval in de Lage Landen. Men verkleedt zich veelal in historische stijl. De kostuums zijn vaak zeer luxueus. De maskers kunnen kunstwerken op zich zijn, hoewel ze ook 'aan de lopende band' in fabrieken gemaakt worden.

In South West England is het West Country Carnival een jaarlijks terugkerende festival met optochten verlichte wagens (lokaal cars genoemd), vroeger West Country genoemd. Dit evenement vindt zijn oorprong in Bridgwater en gaan terug op de verijdeling van het Buskruitverraad in 1605.

 

Carnaval in Duitsland

In verschillende delen van in Duitsland, zoals het bijvoorbeeld het Rijnland wordt carnaval gevierd. Ook daar vindt men de typische verschijnselen zoals buutreders, zittingen, optochten, verklede mensen en bier. De optochten vinden meestal op Rosenmontag plaats. Bekende carnavalssteden zijn Mainz, Keulen, Aken, Düsseldorf, Duisburg, Krefeld; kortom in de hele regio Nederrijn wordt het Carnavalsfeest gevierd. Münster heeft op Rosenmontag een grote optocht, waaraan ook wagens en groepen uit Twente deelnemen die op de zondag ervoor aan de optocht in Oldenzaal deelgenomen hebben. In Zuid-Duitsland waar het feest ook uitbundig gevierd wordt, bestaat een aantal specifieke carnavalstradities.

 

Zomercarnaval

Onder andere Rotterdam heeft in de zomer een carnavalsoptocht, Zomercarnaval. Deze vaak op Caraïbische leest geschoeide optochten vinden in de zomer plaats. In Limburg is er enige ophef ontstaan nadat een Carnavalsvereniging had besloten ook een Zomercarnaval te organiseren. De overkoepelende Carnavalsorganisatie daar royeerde toen die vereniging, omdat het niets met elkaar te maken zou hebben.

Echter, Zomercarnaval, wat voornamelijk in de Zuid-Amerikaanse landen wordt gevierd, en het Carnaval van onder de grote rivieren hebben dezelfde wortels, die liggen in het katholieke geloof. De kolonisten uit Spanje en Portugal, vaak strenge katholieken, vierden ook vormen van Carnaval voordat de vastenperiode begon, deze vormen zijn echter zeer verschillend van de manier van Carnaval vieren die wij kennen.
 
 
 
 

HomeClub van 50Foto'sContact